Home Wat kan ik voor u betekenen?

Wat kan ik voor u betekenen?

Na zesenveertig jaren in dit vak, is het echt fijn om vrij snel en accuraat visuele problemen te kunnen begrijpen uit verhalen èn dan verhelpen met hulpmiddelen. Met het goede gereedschap en uitgebreid testen kan ik uw ogen en uw waarneming opmeten en bepalen of een optisch hulpmiddel voor u een goede keuze is, òf dat u voor verder onderzoek doorverwezen moet worden naar een arts.
De brede ervaring – op veel werkplekken opgedaan – maakt het makkelijk om uit uw verhalen, ervaringen met eerdere aankopen of na operaties, te zorgen voor een oplossing van het probleem.

Al heel jong heb ik leren werken met mikroscopen en foto-camera’s en optiek: mijn vader schreef boeken over foto-optiek al in 1949-52. Er werd bij ons in huis veel gemaakt. Mijn vader had veel technische inzichten en handvaardigheden;  maakte bijvoorbeeld zijn eigen eiken boekenkasten met zwaluwstaartverbindingen, bouwde zijn eigen vergrotingstoestel en had in 1944 tijdens de uitval van de electriciteit door de oorlog,  bijvoorbeeld een steun bedacht waar zijn fiets in stond zodat hij met de dynamo op het achterwiel een leeslamp had geregeld. Op zijn stuur maakte hij een boekensteun, zodat hij al trappend voorlas aan mijn moeder die bij het licht van dezelfde lamp sokken en rompertjes zat te breien voor mijn oudste zusje. Voor de staalframe balkondeuren van ons nieuwbouwhuis maakt hij houten voorzetramen, zodat in de koude wintertijd een lucht-spouw tussen de ramen zorgde voor de hoognodige isolatie. Zo kon ons hoekhuis met de kolenkachels plezierig warm gestookt worden.

Door zijn kennis van de optiek en wat hij mij leerde maken, is mijn interesse voor een fijn-technische beroepsrichting ontstaan. Zo kwam ik via zijn relaties binnen in de Fijn-Instrumentmakersschool in Leiden.
Een stereo-camera systeem is  één van de projecten die we samen bouwden zodat we met camera’s en projectoren een mooi 3D beeld konden verzorgen.
Eenmaal gestart met de opleiding tot opticien kon ik ook de boeken pakken van mijn zus, die orthoptie als beroepsrichting had gekozen. Daarmee heb ik, voor ik opticien werd, al veel  meer dan gebruikelijk geleerd over de samenwerking tussen de beide ogen.
Haar studieboeken waren vooral in Engeland gepubliceerd, terwijl mijn eigen opleiding meer op de Duitse Universiteit en vakopleiding gericht was.  Al die extra kennis plus interesse in chirurgische technieken en houdingsproblemen maakten dat ik – op jonge leeftijd – in de praktijk goed werkbare en mooi uitziende brillen kon vervaardigen voor de klanten en dat een aantal gerenommeerde oogartsen hun patiënten daarom naar de bedrijven stuurde waar ik mijn werkplek had.
Van de Meester-Opticien dhr van der Hurk,  waar ik mijn praktische leerweg begon heb ik veel geleerd.
Stage lopend en werkend bij een collega, die de contactlens-aanpassingen verzorgde in de privé-praktijk van een zéér bekende oogarts in de regio, heb ik veel geleerd over de technische beperkingen maar zeker ook de mogelijkheden van de contactlenzen in die tijd.

Daarna kwam de leertijd bij het vervaardigen van de contactlenzen: op een Gfeller draaibankje werden in 1979 al mooi op het oog passende lenzen gemaakt. Polijsten en bewerken heb ik daar tot in de finesses geleerd. Van die ervaren collega’s heb ik geleerd waar ik op moest letten bij aanpassen en controleren. Omdat er veel lenzen voor nabewerken terug in de werkplaats kwamen heb ik uit het verhaal van een collega al leren herkennen wat er aan die lens veranderd moest worden of voor volgende lens anders moest worden ingesteld.
Een indrukwekkende en uitzonderlijke leerschool was die begintijd van de contactlenzen. De mensen zaten in de wachtkamer en zelfs wel buiten in de rij te wachten en moesten allemaal meerdere keren onderzocht worden en kregen instructie voor al die handelingen en de hygiène en het onderhoud: dat heb ik echt véél mensen geleerd.
Omdat dIe oogarts en die contactlensspecialist hun vak op een hoog niveau beheersten, waren er maar weinig mensen die het niet gedaan kregen om hun leven met de contactlenzen te starten.
Vooral de ècht bijzondere medische passingen uit die tijd zijn mij in het geheugen gebleven. Omdat die oogarts met pensioen ging verdween die werkplek en ben ik andere uitdagingen aangegaan.

Door veel te lezen in de vakrichtingen chirurgie, orthoptie, optometrie, psychologie, Neuro-fysiologie van het oog en adnexa, Neur-psychologie van de visuele functies etc. heb ik een breed spectrum aan klachten bij de mens leren herkennen en remediëren.